20 dit of dat vragen voor de werkplek

20 dit of dat vragen voor de werkplek

5 février 202612 min environ

Een team bouwen vraagt om inzicht in elkaar. In de hedendaagse werkomgeving, waar collega's vaak verspreid werken, kunnen zij zich losse onderdelen voelen. Om dit te verbeteren, hebben leiders hulpmiddelen nodig die gesprekken starten zonder veel druk.

Dit is waar de "dit of dat" vraag binnenkomt. Anders dan gewoon smalltalk, dat vaak algemene antwoorden geeft, vragen dit of dat vragen voor de werkplek om snelle beslissingen over onderwerpen met meerdere kanten. Ze laten direct persoonlijkheid, werkvoorkeuren en prioriteiten zien. Deze oefeningen zijn niet alleen ijsbrekers; het zijn hulpmiddelen om een veilige omgeving te creëren en de samenwerking te verbeteren, vooral tijdens teamdagen in bijvoorbeeld Utrecht of online bijeenkomsten.

De keuze tussen twee opties: waarom dit vragen tot verbinding leiden

Het idee van het "dit of dat" formaat zit in de eenvoud en structuur. Door twee even lastige of aantrekkelijke opties te presenteren, moeten deelnemers een kant kiezen en hun keuze uitleggen. Dit geeft inzicht in de teamdynamiek.

Wanneer je een collega vraagt of ze liever in een kantoor zonder ramen werken of thuiswerken met onbetrouwbaar internet, is het gesprek waardevoller dan een formele enquête. Het vertelt je over hun voorkeuren voor menselijk contact tegenover technologische betrouwbaarheid. Het stellen van dit of dat vragen voor de werkplek helpt leiders te begrijpen hoe mensen denken, niet alleen wat ze denken over een taak.

Het drie-assen model voor inzicht

Om het meeste uit deze vragen te halen, kan categorisatie aan de hand van een drie-assen model helpen. Dit zorgt ervoor dat je rekening houdt met specifieke behoeften van de organisatie, of je nu het team wilt ontspannen of inzichten wilt krijgen in werkvoorkeuren.

As 1: Operationele voorkeuren

Deze vragen gaan over dagelijkse logistiek, de werkomgeving en taakbeheer. Ze zijn geschikt voor hybride teams of bij het vaststellen van kantoornormen. Antwoorden geven concrete informatie over hoe mensen hun werk uitvoeren en omgaan met stress.

As 2: Waarden en loopbaan

Deze vragen gaan over langetermijnmotivatie, ethiek en loopbaandoelen. Ze helpen managers te begrijpen wat hun medewerkers drijft (passie, stabiliteit, resultaat of financiële beloning) en zijn bruikbaar voor coachingsgesprekken.

As 3: Hypothetisch en ontspanning

Deze vragen zijn voor energie en onderlinge band. Ze laten teamleden verbinding maken, soms op een humoristische manier. Ze bereiden de groep voor op gesprekken later. Dit zijn goede startvragen voor de werkplek.

De 20 vragen voor de werkplek

Hier zijn 20 vragen voor de werkplek, ontworpen om de onderlinge band te vergroten en operationele inzichten te geven.

1. Vier dagen van 10 uur werken of vijf dagen van 8 uur?

Deze vraag geeft inzicht in prioriteiten rond werk-privébalans. Geven teamleden de voorkeur aan een weekend van drie dagen (wat duidt op een behoefte aan intensief herstel) of waarderen ze kortere, gebruikelijke dagelijkse verplichtingen? Dit helpt bij het opstellen van flexibele werkroosters. Dit soort vragen voor de werkplek zijn belangrijk voor het plannen van teamdagen.

2. Altijd staand presenteren of nooit aantekeningen mogen maken?

Dit gaat over presentatiecomfort tegenover het gebruik van gestructureerde informatie. Iemand die kiest om te staan maar aantekeningen houdt, hecht mogelijk waarde aan procesbeheer. Iemand die aantekeningen opgeeft, kan een spontane spreker zijn.

3. Onbeperkt vakantiedagen met 20% minder salaris, of huidig salaris met een vast aantal vrije dagen?

Dit laat de waarde van vrije tijd en autonomie tegenover financiële compensatie zien. Het helpt managers te zien hoe tevreden medewerkers zijn met de huidige beloningsstructuren en hoeveel flexibiliteit ze willen.

4. Volledige stilte of constant zacht achtergrondgeluid?

Dit is belangrijk voor kantoorinrichting en online samenwerken. Het onderscheidt mensen die diepe concentratie nodig hebben (en stilte willen) van mensen die gedijen in een actieve omgeving. Dit helpt bij het bepalen van samenwerkingszones.

5. Werken met iemand die altijd voorbereid maar laat is, of vroeg maar onvoorbereid?

Dit gaat over punctualiteit tegenover kwaliteit. Mensen die kiezen voor de late, voorbereide partner geven outputkwaliteit en strategische afstemming prioriteit. Wie punctualiteit prioriteit geeft, waardeert mogelijk betrouwbaarheid en tijdige projectmijlpalen.

6. Een leidinggevende die alles controleert of een leidinggevende die geen sturing geeft?

Dit is de meest duidelijke van de managementstijlvragen voor de werkplek. Het laat de behoefte aan sturing van een individu zien. Het antwoord geeft aan of ze structuur en bevestiging nodig hebben of radicale autonomie willen.

7. De slimste persoon in de kamer zijn of de minst ervaren die leert van experts?

Dit meet een groeimentaliteit tegenover ego. Individuen die voor het laatste kiezen, zijn comfortabel met kwetsbaarheid en snelle leercurves. Dit maakt ze geschikt voor roulatieprogramma's.

8. Altijd werken aan projecten die je niet leuk vindt, maar met gegarandeerd succes, of aan projecten met veel risico?

Dit onderzoekt risicobereidheid en voldoening. De antwoorden helpen teamleden aan projecten te koppelen op basis van of ze loopbaanzekerheid of uitdaging zoeken.

9. Alleen communiceren via e-mail of alleen via telefoongesprekken?

Een vraag over communicatievoorkeur. Mensen die e-mail prefereren, kiezen vaak voor asynchrone, gedocumenteerde en beknopte interacties. Mensen die bellen prioriteren, waarderen directheid en toonzetting. Dit zijn vragen voor communicatiestandaarden op de werkplek.

10. Werken voor een stabiel bedrijf of een snelgroeiende, onzekere startup?

Dit bepaalt de voorkeur voor voorspelbaarheid tegenover snelheid. Het is belangrijk voor gesprekken over herstructurering, om mensen te identificeren die om kunnen gaan met verandering.

11. Nooit lunchen of altijd aan je bureau moeten lunchen?

Een vraag die persoonlijke grenzen rond werk- en privétijd duidelijk maakt. De meeste mensen hebben een duidelijke mening over lunchen aan hun bureau.

12. Een kantoor met uitzicht maar zonder privacy, of een eigen kantoor zonder ramen?

Dit dwingt een keuze af tussen status/omgeving en geconcentreerde focus/afzondering. Het laat zien wie gemotiveerd wordt door externe factoren tegenover interne werkbehoeften.

13. Eén vaardigheid volledig beheersen of goed zijn in tien verschillende vaardigheden?

Dit bepaalt een specialistische tegenover een generalistische voorkeur. De specialist waardeert diepgang en is de "go-to" expert. De generalist zoekt breedte en aanpassingsvermogen.

14. Direct na elke taak feedback ontvangen, of eens per maand uitgebreide feedback?

Dit onderzoekt de voorkeur voor snelheid en herhaling tegenover tijd voor reflectie. Mensen die directe feedback zoeken, geven vaak de voorkeur aan agile methodieken. Mensen die maandelijkse feedback willen, minimaliseren mogelijk onderbrekingen.

15. Bekend staan om je technische expertise of om je leiderschapsvaardigheden?

Bruikbaar voor opvolgingsplanning. Dit helpt om onderscheid te maken tussen mensen die zich richten op individuele bijdrage (IC-traject) en mensen die gemotiveerd zijn door het ontwikkelen van anderen (managementtraject).

16. Werken in een zeer competitieve of zeer samenwerkende omgeving?

Dit laat culturele fit zien. Goed functionerende teams vragen om balans, maar het begrijpen van individuele comfortniveaus met interne wrijving is belangrijk voor teamvorming. Dit is een van de vragen voor de werkplekcultuur.

17. Een carrière gericht op verdienpotentieel of op het maken van een positief maatschappelijk verschil?

Dit gaat over intrinsieke motivatie. Het antwoord geeft inzicht in welke medewerkers geënerveerd worden door missies en doelgericht werk tegenover mensen die vooral gericht zijn op compensatie.

18. Gedachten van collega’s kunnen lezen tijdens vergaderingen of laten zij jouw gedachten lezen?

Deze hypothetische vraag onderzoekt comfort met transparantie en privacy. Het zet aan tot discussie over de voor- en nadelen van volledige communicatie tegenover het behoud van grenzen.

19. Altijd vergaderingen starten met een voedselgevecht of ze eindigen met een geruststellende leugen?

Een absurde as 3 vraag om humor te stimuleren en de sfeer te ontspannen. De keuze laat vaak tolerantie voor chaos zien tegenover tolerantie voor (kleine, onschuldige) misleiding.

20. Leid je door het goede voorbeeld te geven en laat je anderen volgen, of neem je de leiding en geef je duidelijke instructies?

Dit wijst op voorkeursleiderschapsstijlen, met onderscheid tussen dienend leiderschap en directief management. Gebruik deze vraag bij het identificeren van leiders in ontwikkeling.

Inzichten gebruiken: vragen effectief inzetten

Het stellen van de vragen is de eerste stap. De waarde komt van de gestructureerde dialoog en het toepassen van de inzichten. Leiders moeten een veilige omgeving creëren waar eerlijkheid gewaardeerd wordt.

Veelgemaakte fouten

Misvatting 1: Het is alleen voor de lol

Plezier is aanwezig, maar de vragen afdoen als alleen triviaal, mist de strategische waarde. Veel organisaties documenteren de voorkeuren niet of handelen er niet naar. Als bijvoorbeeld de helft van het team kiest voor "werken in stilte", maar ze worden in een open kantoor geplaatst met verplichte luide groepsactiviteiten, zal de sfeer lijden.

Misvatting 2: Alleen focussen op de keuze

De keuze zelf is niet het belangrijkste; de uitleg is het gegeven. Als een facilitator te snel gaat of mensen alleen "Ik kies A" laat zeggen zonder te vragen: "Waarom?", levert de sessie ruis op, geen inzicht. Besteed altijd 80% van de tijd aan de redenatie achter de keuze.

Misvatting 3: Antwoorden gebruiken voor vergelding

Als iemand antwoordt dat ze de voorkeur geven aan een baan met weinig reizen, mag de manager hen niet direct van een belangrijk project halen. Veiligheid betekent weten dat antwoorden niet tegen hen worden gebruikt. Een veilige omgeving, belangrijk voor succesvolle dit of dat vragen voor de werkplek sessies, is afhankelijk van vertrouwen.

Het scenario: het drie-assen model toepassen

Een groeiend softwarebedrijf, Nexus Tech in Amsterdam, gaat over op een hybride model. De leiding wil middelen toewijzen en teamnormen instellen.

De strategie: Gebruik een reeks vragen gebaseerd op het drie-assen model.

Stap 1: Onderlinge band opbouwen (as 3)

Nexus start met vraag 19 (Voedselgevecht of geruststellende leugen). Dit ontspant het team en laat persoonlijkheden zien: wie chaos omarmt en wie de voorkeur geeft aan gestructureerde, zij het licht kunstmatige, aangenaamheid.

Stap 2: Voorkeuren in kaart brengen (as 1)

Ze gaan verder met vraag 9 (E-mail of telefoongesprekken) en vraag 4 (Stilte of geluid). Ze ontdekken dat het productteam duidelijk de voorkeur geeft aan gedocumenteerde, asynchrone communicatie (e-mail/stilte). Het verkoopteam geeft de voorkeur aan directe, toonrijke interactie (bellen/geluid). Dit leidt tot het inrichten van specifieke stiltezones in het kantoor voor product focusdagen in bijvoorbeeld Rotterdam.

Stap 3: Waarden afstemmen (as 2)

Tot slot stellen ze vraag 17 (Verdienpotentieel of maatschappelijk verschil). Een aantal junior ontwikkelaars prioriteren impact. De leiding van Nexus gebruikt dit inzicht om een intern programma te starten voor pro bono werk voor non-profitorganisaties. Dit verhoogt de betrokkenheid en het behoud van deze groep.

Door de dit of dat vragen voor de werkplek op een doordachte manier in te zetten, beweegt Nexus Tech zich van oppervlakkig plezier naar concrete operationele ontwerpen.

Succes meten buiten de humor

Hoe meet je het succes van teamactiviteiten zoals dit of dat vragen voor de werkplek?

Korte termijn: betrokkenheid en deelname

Succes wordt eerst gemeten aan de hand van deelname en de diepgang van gesprekken. Droegen eerder stille teamleden bij? Was de discussie levendig en langer dan de geplande tijd (zonder af te dwalen)? Hoge betrokkenheid duidt erop dat het onderwerp herkenbaar en veilig was.

Middellange termijn: minder conflicten

Na meerdere sessies met dit of dat vragen voor de werkplek, moeten leiders veranderingen in veelvoorkomende frictiepunten binnen het team volgen. Als het team managementstijlen besprak (vraag 6), komen er dan minder klachten over micromanagement? Als communicatievoorkeuren in kaart zijn gebracht (vraag 9), worden er dan minder interne communicatiefouten gemeld?

Lange termijn: index voor een veilige omgeving (IVE)

Het doel is een veilige omgeving. Dit kan gemeten worden via korte enquêtes met vragen zoals:

  • "Ik voel me comfortabel om het oneens te zijn met mijn teamleden."
  • "Ik voel me veilig om werk in uitvoering te delen dat onvolledig is."
  • "Als ik een fout maak, wordt dit me niet nagedragen."

Een meetbare toename van de IVE geeft aan dat deze activiteiten leiden tot een gezondere, meer op vertrouwen gebaseerde werkomgeving.

Het bewust gebruik van dit of dat vragen voor de werkplek laat zien dat inzichten geen ingewikkelde oefeningen vragen. Ze vragen om eenvoudige, goed geformuleerde keuzes die leiden tot openheid. Ze veranderen een ongemakkelijke stilte in een samenhangend team.

Veelgestelde vragen

Hoe vaak moeten we "dit of dat" vragen gebruiken?

Gebruik ze regelmatig, maar kort. Integreer één of twee luchtige vragen aan het begin van elke terugkerende teamvergadering (bijvoorbeeld tijdens de eerste vijf minuten) om een doorlopende onderlinge band te onderhouden. Bewaar de diepere as 1 en 2 vragen voor kwartaalbijeenkomsten of jaarlijkse teambijeenkomsten.

Zijn deze vragen geschikt voor teams met culturele of taalverschillen?

Ja, maar zorg dat de taal duidelijk is en de culturele context van de keuzes universeel begrijpelijk. Houd vast aan concepten zoals werkomgeving, leiderschapsstijl en logistieke voorkeuren, die relevant zijn in verschillende professionele omgevingen. Dit maakt ze bruikbaar voor de werkplek.

Hoe gaan we om met antwoorden die ontevredenheid laten zien?

Als een antwoord professionele frustratie laat zien (bijvoorbeeld het constant kiezen voor de goedbetaalde maar oninspirerende baan), moet de facilitator de complexiteit van de vraag zonder oordeel erkennen. Deze inzichten moeten privé worden doorgegeven aan HR of de directe leidinggevende voor een persoonlijk gesprek, met respect voor privacy.

Moeten de vragen alleen over werkonderwerpen gaan?

Nee. Het opnemen van hypothetische en ontspannende vragen van as 3 is belangrijk. Deze vragen zonder veel druk bouwen het initiële vertrouwen en comfort op dat nodig is om teamleden zich veilig te laten voelen bij het beantwoorden van de meer onthullende werkgerelateerde dit of dat vragen voor de werkplek over omgevingsvoorkeuren.

Wat maakt "dit of dat" beter dan traditionele ijsbrekers?

"Dit of dat" dwingt een keuze af, leidt tot kritisch denken en toont waarden (waarom je voor B koos). Traditionele ijsbrekers nodigen vaak uit tot vage of ingestudeerde antwoorden (bijvoorbeeld "Wat is je favoriete hobby?"), terwijl het binaire formaat direct inzicht geeft in de prioriteiten van de persoon.